Kostenmodel
Vijf feestructuren doorgerekend: break-even bij het modelrendement, break-even in een vlak jaar, een bootstrapscenario zonder salarissen en een vergelijking met marktprecedenten.
Zie De Vraag voor hoe dit doorwerkt in de medeoprichter-beslissing.
Fee-scenarioanalyse
De feestructuur wordt samen met de commerciële medeoprichter vastgelegd, binnen een bandbreedte van 1% + 10% (1% beheerfee + 10% performance fee) tot 2% + 20% (2% beheerfee + 20% performance fee).
De berekeningen gebruiken 21,87% modelrendement vóór beheerfees — in EUR, na slippage, commissies en 75% valuta-afdekking via CME-termijncontracten (CME Futures). Dit is een aanname op basis van het backtestmodel (1996–2025), geen voorspelling.
Jaarlijkse vaste kosten
| Post | Jaarlijks |
|---|---|
| Cloud hosting | EUR 528 |
| Regelgeving (AIFM-light) | EUR 1.000 |
| Postmark (e-mail) | ~EUR 100 |
| Boekhouding (BV) | EUR 2.000 |
| Datafeed | EUR 580 |
| Oprichter 1 (1 dag/week, modaal salaris pro rata) | EUR 20.796 |
| Oprichter 2 (1 dag/week, modaal salaris pro rata) | EUR 20.796 |
| Totaal | EUR 45.800/jaar |
De oprichtersposten gaan uit van een Nederlands modaal jaarsalaris pro rata berekend op één dag per week (circa EUR 100/uur). Dit is geen marktconform hedgefund-salaris — het dekt de basis zodat beide oprichters gefocust kunnen blijven.
Break-even uitgaande van het modelrendement (21,87%)
Deze tabel rekent door wat er nodig is om break-even te draaien als het modelrendement zich realiseert. Dat rendement is een aanname uit het backtestmodel, geen voorspelling voor een specifiek jaar.
Deze tabel rekent nominaal; voor reëel rendement na Nederlandse inflatie (~280 bps/jaar): zie inflatiepagina.
| Feestructuur | Totale opbrengst (% AUM) | Break-even AUM | Aantal beleggers (EUR 10K min) |
|---|---|---|---|
| 1% + 10% | 3,1% | EUR 1.484K | ~148 |
| 1% + 15% | 4,1% | EUR 1.109K | ~111 |
| 1% + 20% | 5,2% | EUR 885K | ~89 |
| 1,5% + 15% | 4,6% | EUR 1.005K | ~101 |
| 2% + 20% | 6,0% | EUR 767K | ~77 |
Kritieke grens: bij 1% + 10% met salarissen vraagt break-even om 148 beleggers — net onder het regelgevende plafond van 150 (AIFM-light conditie 2), maar alleen als de gemiddelde inleg op het minimum van EUR 10K blijft. Bij een hogere gemiddelde inleg daalt het benodigde aantal fors: bij EUR 25K gemiddeld zijn nog circa 60 beleggers nodig, bij EUR 50K gemiddeld circa 30.
Break-even bij 0% rendement (vlak jaar)
In een jaar zonder rendement is alleen de management fee inkomen:
| Feestructuur | Break-even AUM | Aantal beleggers (EUR 10K min) |
|---|---|---|
| 1% management | EUR 4.580K | ~458 |
| 1,5% management | EUR 3.053K | ~205 |
| 2% management | EUR 2.290K | ~153 |
Bij een vlak jaar is bij 1% management EUR 4,58 miljoen AUM nodig om de vaste kosten te dekken. Dat onderstreept hoe belangrijk een buffer is voordat salarissen worden ingevoerd.
Bootstrapmodus (zonder salarissen)
Jaarlijkse vaste kosten zonder salarissen: EUR 4.208/jaar
| Feestructuur | Totale opbrengst (% AUM) | Break-even AUM | Aantal beleggers (EUR 10K min) |
|---|---|---|---|
| 1% + 10% | 2,6% | EUR 162K | ~16 |
| 1% + 15% | 3,4% | EUR 124K | ~12 |
| 1% + 20% | 4,2% | EUR 100K | ~10 |
| 1,5% + 15% | 3,8% | EUR 111K | ~11 |
| 2% + 20% | 5,0% | EUR 84K | ~8 |
Zonder salarissen is het fonds rendabel vanaf 10–16 beleggers bij EUR 10K minimuminleg. Dat is het realistische doel voor fase 1: beide oprichters houden hun reguliere baan aan, bouwen tractie op en voeren salarissen pas in als het AUM dat rechtvaardigt.
Marktprecedenten
| Platform | Feestructuur | Context |
|---|---|---|
| SaxoSelect | 20% performance fee met HWM | Gevalideerd in NL retail; platform is in 2024 afgebouwd wegens onvoldoende schaal bij Saxo, niet wegens fee-model |
| Man AHL | 1,5% + 20% | Institutioneel, wekelijkse kristallisatie in UCITS |
| Titan (US) | 0,40% flat | Race naar de bodem, geen performance fee |
| Robeco QI | ~1,02% flat | Institutioneel, geen skin in the game |
Positionering
De drie structuren leggen elk een ander accent: 1% + 20% zet in op uitlijning met prestatie (lage basis, hogere performance fee), 2% + 20% maximaliseert omzet maar zet een hogere drempel bij beleggers, en 1% + 10% is het meest beleggersvriendelijk maar vereist het grootste AUM om break-even te draaien. Welke variant past, hangt af van welke doelgroep we primair willen bedienen — dat is onderdeel van het gesprek met de commerciële medeoprichter.
Netto voor de belegger
De tabellen hierboven rekenen break-even uit voor het fonds. Wat een belegger zelf overhoudt, hangt af van de uiteindelijke feestructuur (nog niet vastgesteld) en het jaarrendement. Een indicatieve vergelijking per feestructuur — bij verschillende rendementsscenario’s en inlegbedragen — staat op Concurrentie onder de netto-rendementstabel. Zodra de feestructuur is vastgelegd met de commerciële medeoprichter, wordt op deze pagina een gescheiden netto-berekening per scenario opgenomen.
Uitstappen
Instap- en uitstapmechaniek (frequentie, notice-periode en eventuele kosten) zijn onderdeel van de fondsboekhouding en worden uitgewerkt op de Fondsboekhouding-pagina. Die mechaniek wordt samen met de juridische structuur definitief vastgelegd en transparant gemaakt voordat beleggers instappen.
Handelskosten (slippage en commissies)
Ingebedde handelskosten
De backtestresultaten (21,68% USD CAGR) zijn al inclusief alle handelskosten:
| Kostencomponent | Totaal bedrag |
|---|---|
| Commissies | $84.189 |
| Slippage | $354.398 |
| Totale handelskosten | $438.586 |
Geschatte CAGR-drag door handelskosten: ~160 basispunten.
Het slippagemodel gebruikt een square-root market impact formule met ADV-gebaseerde dynamische caps per liquiditeitstier. De meeste trades ervaren minimale slippage — S&P 500-aandelen zijn overwegend mega-cap en large-cap.
Kosten van valuta-afdekking
Valuta-afdekking als onderdeel van de kostenstructuur
Valuta-afdekking is een lopende kostenpost die de feestructuur indirect beïnvloedt:
| Instrument | Gemiddelde jaarlijkse carry (75% ratio) |
|---|---|
| CME Futures (EUR 500K+) | ~98 bps |
| IBKR Spot (lancering) | ~211 bps |
Bij lancering (IBKR Spot) kost valuta-afdekking ~211 bps per jaar. Bij schaling naar CME Futures daalt dit naar ~98 bps op het afgedekte deel. Omdat 75% van de portefeuille wordt afgedekt, vertaalt het verschil van 113 bps zich in een CAGR-besparing van circa 85 bps op fondsniveau. Deze transitie is een serieuze kostenbesparing vanaf EUR 500K AUM.
Kosten van valuta-afdekking worden niet apart aan beleggers doorbelast — ze zitten al in het fondsrendement. Ze worden wel transparant gerapporteerd in de rendementswaterval op de FX-hedging-pagina. Beleggers die instappen vóór de CME-transitie dragen dus het hogere carry-niveau tot het fonds EUR 500K passeert.