Ga naar inhoud

Het Bewijs

30 jaar, 25 criteria, 11.402 transacties

Het model is met 30 jaar aan marktdata (1996-2025) getoetst aan 25 kwantitatieve criteria. De vraag was: is dit alleen mooi op papier, of is het ook realistisch? Onder alle marktomstandigheden?

Auditresultaat: POSITIEF MET VOORBEHOUD — 21 van de 25 criteria zijn positief beoordeeld. De vier voorbehouden staan niet verstopt in een voetnoot, maar worden hieronder uitgelegd.

Het model belegt in USD-genoteerde Amerikaanse aandelen, verhandeld via de beurzen NYSE en NASDAQ. De kerngetallen hieronder tonen het EUR-afgedekte rendement — het resultaat voor een Nederlandse belegger na afdekking van valutarisico. De volledige vertaalslag van USD nominaal naar EUR reëel rendement staat verderop in de kostenopbouwtabel.

Alle cijfers op deze pagina komen uit de backtest over 1996-2025. Live trading start na de paper-tracking-fase; vanaf dan publiceert Whitefield maandelijks de afwijking tussen signaal en daadwerkelijke uitvoering (slippage, fills, commissies). De signaal-logica is identiek tussen backtest en live — alleen de uitvoering verschilt.

Waardeontwikkeling ($100.000 startkapitaal)

Lineaire schaal toont het effect van samengesteld rendement over 30 jaar. $100.000 groeit naar $36,0 miljoen bij 21,68% CAGR.

Kerngetallen

Alle Helios-cijfers hieronder: EUR afgedekt 75% via CME-termijncontracten (CME Futures) — de doelvaluta-exposure bij schaal. Zie Valuta-afdekking en Auditrapportages voor de USD-nominale en EUR-reële lagen.

Vermogensgroei (1996-2025, log schaal)

Blauw: Helios gecombineerd systeem. Grijs: S&P 500 benchmark. Beide starten op $100.000.

KenmerkHeliosS&P 500Toelichting
Periode1996-2025 (30 jaar)Gelijk
CAGR (EUR afgedekt)21,87%~10%2x het benchmarkrendement
Max Drawdown-32,51%~-55%Duidelijke bescherming ten opzichte van de index
Ulcer Index12,19%15,25%Typische zwaarte van drawdowns (RMS van alle drawdowns)
Sharpe Ratio0,91~0,45Risicogecorrigeerde meeropbrengst
Sortino Ratio1,27Gericht op neerwaarts risico
Calmar Ratio0,67~0,18Rendement per eenheid max drawdown
Martin Ratio1,79~0,67Rendement per eenheid Ulcer Index
Correlatie met S&P 5000,141,00Gemiddelde; per regime verschilt het sterk (zie hieronder)
Totaal transacties11.4021 (kopen en vasthouden)
Startkapitaal$100.000$100.000
Eindkapitaal$36,0M$1,9M19× verschil

Drawdown (% onder hoogste punt)

Rode vlak: Helios. Grijs vlak: S&P 500 Total Return. Helios max drawdown: -33,79% (Europese schuldencrisis, 2010-2012). S&P 500 max drawdown: -54,71% (financiële crisis, 2008-2009).

De Ulcer Index — hoe het model aanvoelt

De Max Drawdown (-32,51%) is het diepste dal in de hele reeks, aangejaagd door de Europese schuldencrisis en de Amerikaanse kredietafwaardering (2010-2012). Maar daarmee weet je nog niet hoe het systeem meestal aanvoelt. Daarvoor is de Ulcer Index nuttig.

De Ulcer Index berekent het kwadratisch gemiddelde van alle drawdowns over de volledige 30-jarige periode. Diepere drawdowns tellen daardoor zwaarder mee dan ondiepe. Zo vang je diepte, duur en frequentie in één getal.

Ulcer Index = de gebruikelijke zwaarte van drawdowns

Martin Ratio = rendement gedeeld door de Ulcer Index

KenmerkHeliosS&P 500Wat het betekent
Max Drawdown-32,51%-55%Het diepste dal ooit
Ulcer Index12,19%15,25%Hoe zwaar drawdowns meestal uitvallen, met extra gewicht voor diepe dalingen
Martin Ratio1,79~0,67Rendement per eenheid Ulcer Index

Het verschil tussen Max DD (32,51%) en Ulcer (12,19%) is veelzeggend. Buiten de Europese schuldencrisis van 2010-2012 zijn de drawdowns van Helios meestal korter en minder diep dan bij passief beleggen. De Calmar ratio (0,67) oogt hier streng, omdat die vrijwel volledig leunt op één uitzonderlijke periode. De Martin ratio (1,79) laat beter zien hoe het model zich in de rest van de jaren gedraagt. De drawdowns zijn stevig, maar niet uit verhouding met het rendement.

Drawdown in perspectief

Dezelfde drawdown-historie, hier naast het modelrendement en de S&P 500; op De Markt staat dezelfde vergelijking naast de 38 geanalyseerde consumentenplatformen.

Hoe verhoudt de 32,51% max drawdown van Helios (EUR CME Hedged) zich tot andere systematische strategieën?

HeliosS&P 500Klassieke momentumAQR AMOMXMan AHL DiversifiedWinton WDPSG Trend Index
CAGR21,87%~10%Varieert1,4% (10jr)~8-10%~8-10%5,2%
Max DD32,51%55%73%~37%18%26%21%
Calmar0,67~0,18~0,04~0,50~0,35~0,25
Sharpe0,91~0,450,860,78~0,50
Asset FocusEquitiesEquitiesEquitiesEquitiesMulti-AssetMulti-AssetMulti-Asset

De vraag is niet of er drawdowns zijn. Die horen bij elke strategie. De vraag is wat je ervoor terugkrijgt.

Helios levert 67 cent jaarlijks rendement per dollar maximale drawdown (Calmar 0,67). Dat is meer dan het drievoudige van de S&P 500 (0,18) en ruim het dubbele van het gemiddelde CTA (0,25).

Waarom Helios klassieke momentum-crashes beter ontwijkt

Een klassieke momentumstrategie crashte -73% in 3 maanden in 2009. Zo’n strategie koopt aandelen die net hard zijn gestegen en short aan de andere kant aandelen die zijn achtergebleven. Die klap kwam vooral van die tweede kant: aandelen die eerst zwak waren, maar daarna plotseling hard herstellen. Helios is fundamenteel anders:

  1. Long-only momentum (S1) — geen shorts, dus geen blootstelling aan scherpe rebounds van verliezers
  2. Bear Market Model (S2) — in plaats van shortposities in momentum-verliezers te nemen, gebruikt Helios een shortstrategie die alleen inzet op tijdelijk overkochte aandelen in zwakke marktfases
  3. Regimefiltering — vermindert blootstelling wanneer de markt onder het langetermijngemiddelde zakt

De correlatie — per regime, niet over één kam

De correlatie van 0,14 in de kerngetallen is een gemiddelde over 30 jaar. Dat cijfer klopt, maar mist de kern. Wat Helios feitelijk doet, wordt pas zichtbaar door het op te splitsen per marktregime: stijgende markten (risk-on) en dalende markten (risk-off).

KenmerkRisk-onRisk-offToelichting
Correlatie met S&P 500+0,25-0,04Loopt mee in stijgende markten, los in dalende
Beta t.o.v. S&P 500+0,47-0,04Half zo gevoelig omhoog, nauwelijks gevoelig omlaag
Up-capture+0,49Pakt ongeveer de helft van een marktstijging mee
Down-capture+0,06Vrijwel onafhankelijk van een marktdaling

Ter vergelijking: een passieve S&P-tracker heeft per definitie +1,00 op zowel up- als down-capture; een klassiek marktneutrale strategie streeft naar 0 op beide.

De samenvatting: In stijgende markten loopt Helios selectief mee; in dalende markten beweegt het vrijwel onafhankelijk van de S&P 500. “Marktneutraal fonds” is daarom een verkeerd label; “afgedekte momentumstrategie” dekt het beter.

Tijdens rollende 180-daagse vensters is de correlatie een derde van de tijd negatief. Het gemiddelde van 0,14 verbergt dat. Helios loopt mee als het goed gaat en ontkoppelt als het slecht gaat — en dát is het verschil tussen een belegger die zijn positie aanhoudt en een belegger die halverwege de drawdown zijn verlies neemt.

Volledige kostenopbouw

De onderstaande waterval laat zien wat er op elke laag van de kostenketen gebeurt: van het ruwe modelresultaat in USD tot het voor koopkracht gecorrigeerde rendement voor een Nederlandse belegger.

StapKenmerkCAGRMax DDUlcerMartinToelichting
1USD Nominaal21,68%-33,79%11,69%1,85Volledig model met slippage en commissies
2EUR onafgedekt22,20%-36,04%Geconverteerd naar EUR (historisch licht positief valuta-effect)
3EUR afgedekt (75%, CME)21,87%-32,51%Carry-kosten = renteverschil (~98 bps/jaar gemiddeld)
4EUR reëel19,06%-35,15%Gecorrigeerd voor NL inflatie (HICP, ~280 bps/jaar)

Whitefield laat niet alleen een bruto getal zien, maar de hele keten die dat rendement vormt: afdekking van valutarisico (~98 bps/jaar gemiddeld), inflatie (~280 bps/jaar), slippage en transactiekosten. In theorie is dat vanzelfsprekend. In de praktijk laten fondsen deze breakdown helemaal niet zien. Ze laten alleen het bovenste cijfer zien — het bruto beta-rendement.

Maandelijkse rendementen (%)

Jaar JanFebMarAprMayJunJulAugSepOctNovDec Jaar
1996 1.7 6.0 2.2 10.8 7.8 -2.9 -12.4 3.0 2.4 -1.2 9.8 0.2 28.4
1997 9.7 5.6 -4.7 3.8 10.8 5.1 7.7 7.1 12.9 -12.8 1.7 -2.2 50.6
1998 -0.1 3.2 11.4 3.0 -0.3 8.3 1.2 -3.4 -5.2 -6.1 4.9 6.5 24.1
1999 10.6 1.2 -1.3 13.1 -8.8 7.8 0.1 11.6 -2.6 -8.0 27.3 11.6 74.5
2000 6.5 19.7 20.8 -16.1 -11.5 1.1 -0.3 5.8 0.4 4.5 -4.4 10.2 35.1
2001 9.5 12.1 4.7 1.9 9.4 -3.0 3.7 16.7 2.3 -0.4 3.5 -4.5 69.4
2002 3.8 1.8 -3.8 0.3 9.0 -1.9 -6.6 1.1 11.1 -7.8 2.7 15.4 24.8
2003 6.7 4.0 -4.9 0.8 9.8 -2.8 3.8 -2.4 6.6 -4.5 9.0 -6.3 19.6
2004 13.8 -4.1 -9.5 6.3 -6.9 4.3 -2.7 -4.0 5.5 -3.2 10.6 4.0 11.8
2005 -12.1 7.4 -1.7 -2.1 -2.4 6.9 3.7 -1.8 1.1 -8.3 8.2 5.7 2.3
2006 3.3 -1.0 5.2 1.1 -15.5 -6.5 -0.2 -0.5 1.8 1.0 3.3 -1.5 -10.9
2007 5.2 4.8 0.3 3.8 4.2 -3.3 9.3 -3.8 12.3 5.2 -14.5 -2.9 19.3
2008 3.0 1.0 4.3 -1.7 -3.5 5.8 1.9 -2.8 17.9 -6.2 17.3 27.4 78.4
2009 -0.2 3.8 -2.3 -4.4 5.1 -12.3 18.6 19.8 6.7 -8.7 4.0 11.3 42.8
2010 -6.5 -0.3 12.5 10.4 -17.4 -2.4 -9.6 -5.0 5.7 2.2 0.7 3.7 -9.5
2011 -2.3 10.7 -2.3 1.1 -9.4 -2.8 2.7 -6.7 -0.7 -1.7 3.6 -4.7 -13.0
2012 10.3 2.8 7.7 -8.3 -9.7 0.8 -2.8 6.5 4.6 1.2 2.8 5.7 21.6
2013 5.6 12.9 3.4 -5.9 9.0 -1.1 7.5 3.5 9.3 3.0 1.9 2.0 62.9
2014 -2.0 15.0 -1.7 -0.8 3.0 3.8 1.3 -0.4 -1.4 -3.3 5.0 1.6 20.5
2015 4.4 2.3 3.4 -3.8 -2.9 4.3 -1.9 -6.0 0.3 0.3 0.2 -0.7 -0.7
2016 -5.9 6.4 -4.3 0.3 -0.1 3.6 2.8 4.0 -2.3 -4.2 10.8 5.3 16.1
2017 -1.3 3.6 -2.9 0.0 -0.3 0.6 4.7 -1.6 0.0 5.5 8.7 0.6 18.6
2018 5.9 -7.8 -7.0 -1.4 2.8 4.6 0.1 1.8 2.0 -6.7 -0.6 2.9 -4.3
2019 -3.9 3.3 4.0 1.3 -6.7 6.2 3.4 -3.1 -1.1 -2.1 6.4 2.7 9.8
2020 -2.6 -7.0 -12.2 4.6 3.1 2.8 10.2 12.2 -5.6 5.9 15.5 -0.7 24.9
2021 5.0 21.0 3.7 -0.5 -1.4 -3.7 2.9 9.4 -1.3 5.1 5.3 1.1 54.8
2022 -6.9 2.2 4.3 -4.2 11.3 -10.7 -0.7 1.1 -5.3 -0.9 4.7 5.4 -1.6
2023 0.3 1.2 -1.0 2.8 3.2 11.3 5.3 -7.0 -1.8 -1.5 -0.2 0.0 12.3
2024 5.9 -2.6 7.5 -7.7 4.6 1.7 -5.3 -0.2 3.0 -0.4 12.9 -6.4 11.6
2025 6.8 -6.7 -3.6 -3.8 -7.5 3.4 0.6 2.1 14.2 15.0 -3.0 9.2 26.3

Groen: positief rendement. Rood: negatief rendement. Verzadigde kleuren = grens van ±5% overschreden.

Winstgevende periodes

De volgende tabel toont het percentage rolling vensters waarin de strategie positief rendement levert — gemeten over elk overlappend venster van respectievelijk 12, 24, 36 en 60 maanden sinds 1996. Dit is het geduldsargument in één tabel: hoe langer je erin zit, hoe kleiner de kans op een negatief resultaat.

VensterHeliosAlpha t.o.v. S&P 500S&P 500
12 mnd282/349 (81%)194/349 (56%)280/349 (80%)
24 mnd311/337 (92%)194/337 (58%)280/337 (83%)
36 mnd315/325 (97%)214/325 (66%)266/325 (82%)
60 mnd301/301 (100%)247/301 (82%)252/301 (84%)

Op een vijfjaars-horizon is elk van de 301 rolling vensters sinds 1996 winstgevend geweest — 100%. De S&P 500 scoort op dezelfde horizon 84%. De alpha-kolom telt de vensters waarin Helios meer rendement oplevert dan de S&P 500 passief volgen: 82% over vijf jaar. Voor een belegger die tien à vijftien jaar in het fonds zit, is de historische kans op een verloren decennium daarmee zeer klein — althans binnen wat deze 30-jaars backtest kan aantonen.

Waar het rendement vandaan komt

De onderstaande attributie is in USD — de valuta waarin het model handelt. De vertaling naar EUR staat in de kostenopbouwtabel hierboven.

OnderdeelBijdrageBeschrijving
Benchmark (SPY) CAGR10,24%S&P 500-rendement over dezelfde periode
S1 (Momentum) losse CAGR14,95%Groeimodel zonder Bear Market Model
S2 (Bear Market Model) losse CAGR3,82%Bear Market Model zonder Groeimodel
S1 alpha boven benchmark+4,71ppMeeropbrengst van S1 boven SPY
Allocatie-effect+2,77ppExtra rendement door gekozen allocatie binnen het Groeimodel
Kostenimpact-1,21ppSlippage (USD 354.398) + commissies (USD 84.189)
Gecombineerde CAGR21,68%

Het allocatie-effect (+2,77pp) laat zien wat de gekozen allocatie binnen het Groeimodel toevoegt. De diversificatiewaarde zit niet in extra CAGR, maar in risicoreductie: de lage correlatie van -0,015 tussen S1 en S2 onderling (niet te verwarren met de 0,14 uit de Kerngetallen, dat is Helios versus de S&P 500) verlaagt de portefeuillevolatiliteit met 10% ten opzichte van de gewogen som van de losse systemen. Die wisselwerking staat verderop uitgewerkt in de systeem-interactieanalyse.

Sensitiviteitsanalyse

Een model dat alleen werkt bij precies één parameterkeuze is geen model — dan is het geluk. Daarom is het systeem getest in zes varianten rond de kernparameters: iets scherper, iets losser, en een paar combinaties daartussen. De CAGR-cijfers hieronder staan in USD nominaal — de basis waarop deze robuustheidsanalyse is uitgevoerd; de hoofdbenchmark in Kerngetallen blijft 21,87% EUR afgedekt.

ScenarioCAGRt.o.v. baseline
Lagere S1 / Basis S217,99%-6,8%
Vorige S1 / Basis S219,30%0,0%
Definitieve S1 / Basis S221,68%+6,6%
Lagere S1 / Gereduceerde S216,08%-16,6%
Hogere S1 / Basis S224,16%+25,2%
Minimum S1 / Minimum S214,55%-24,6%

Alle varianten blijven binnen 30% van de baseline. Zelfs het zwakste scenario (14,55% CAGR) ligt nog ruim boven de S&P 500. Het systeem hangt dus niet af van één fragiele afstelling. Draai je aan de knoppen, dan verschuift het resultaat — maar het valt niet om.

Systeem-interactieanalyse

Twee systemen in één portefeuille leveren pas iets op als ze elkaar aanvullen. Daarom is de interactie tussen Groeimodel en Bear Market Model apart bekeken:

KenmerkWaarde
Correlatie tussen S1- en S2-rendementen (intern, niet de 0,14 tegen S&P 500)-0,015
Sharpe-verbetering (S1 alleen → gecombineerd, USD nominaal)0,81 → 0,93 (+15%)
Leverage-efficiëntie0,60

De correlatie is licht negatief (-0,015). Niet toevallig: het Groeimodel leeft op in stijgende markten, het bear-marktmodel in dalende. Ze opereren precies in de marktcondities waar de ander niets te zoeken heeft. Op zichzelf haalt het Groeimodel een Sharpe-ratio van 0,81; het gecombineerde systeem tilt dat naar 0,93 — een verbetering van ongeveer 15% in risicogecorrigeerd rendement (beide USD nominaal, de basis waarop de systeem-attributie is uitgevoerd; de hoofdbenchmark in Kerngetallen is 0,91 EUR afgedekt).

De leverage-efficiëntie van 0,60 betekent dat elke extra eenheid leverage 60 cent rendement oplevert per extra eenheid drawdown-risico. Alles boven 0,30 geldt in de praktijk als efficiënt. Het systeem zit daar dus ruim boven.

Monte Carlo analyse

De resultaten zijn ook gevalideerd met 10.000 simulaties op basis van willekeurig herschikte wekelijkse rendementen:

Kenmerkp5MediaanGemiddeldp9595% CI
CAGR (USD)13,07%21,64%21,76%32,84%[11,35%, 32,84%]
Sharpe (USD)0,620,930,931,30[0,56, 1,30]

Zelfs op het pessimistische p5-niveau komt de strategie uit op 13,07% USD CAGR. Dat ligt nog altijd ruim boven het langetermijngemiddelde van de MSCI World (~8%).

De Monte Carlo draait op de USD-nominale reeks, dus de p5 (13,07%) is niet één-op-één vergelijkbaar met de EUR-afgedekte hoofdbenchmark (21,87%) in de tabel Kerngetallen. Een directe vergelijking vraagt om gelijke valuta-laag: zie de kostenopbouwtabel hierboven voor de vertaalstap.

Survivorship bias analyse (-188 basispunten)

Survivorship bias is de klassieke manier om een backtest mooier te laten lijken dan hij is: je test alleen die aandelen die “vandaag” ook nog actief zijn. De overlevers. De rest valt stilzwijgend buiten beeld. Daar rolt dan een kunstmatig rendement uit. Helios werkt daarom met point-in-time data van Norgate, inclusief alle aandelen die later van de beurs zijn verdwenen.

De uitkomst is opmerkelijk: de bias is -188 basispunten. Negatief dus. Het systeem presteert beter met de volledige geschiedenis — inclusief de afvallers — dan met een universum waarin alleen de overlevers zitten.

Dat klinkt niet intuïtief, maar laat zich verklaren. Aandelen die uiteindelijk van de beurs verdwijnen, zakken bijna altijd eerst langzaam weg. Helios zoekt juist kracht en trend, en laat zulke namen meestal al los voordat het echt misgaat. Daardoor schuift de bias hier de andere kant op.

Dat is een afwijking t.o.v. de norm. En juist daarom hoort ze expliciet in een audit thuis. Niet als trucje, maar als logische consequentie van wat het systeem doet.

De vier voorbehouden toegelicht

Het model is intern getoetst aan een vast kader van 25 kwantitatieve criteria: rendementscriteria, risicoanalyse, kostenanalyse, robuustheid en leverage. De drempelwaarden, meetmethoden en bronbestanden staan op de auditpagina. Een externe audit door een onafhankelijke partij volgt pas wanneer het fonds een vergunning aanvraagt; tot die tijd is dit een zelfaudit tegen een expliciet gepubliceerd kader.

Van de 25 criteria zijn er 21 positief beoordeeld. Eén criterium scoort PARTIAL, drie scoren FAIL. Hieronder staat per criterium in het kort wat het betekent; de volledige uitleg met meetwaarden en drempels staat op de auditpagina.

  1. DATA-02 — Volledigheid prijsdata (FAIL) — 27.721 gaten in de koersbestanden, maar allemaal vóór 1999. De backtest loopt van 1999 tot 2026, dus de data die de strategie werkelijk gebruikt is schoon. Eerder een compliment aan de streng ingestelde audit dan een bezwaar tegen de strategie.
  2. STAT-06 — Worst-case drawdown (FAIL) — In de vijf ergste drawdown-periodes van Helios was de S&P 500 in vier gevallen ondieper gezakt. Alleen tijdens COVID 2020 was Helios ondieper (-23,42% tegenover -26,44% voor de S&P 500). De diepste Helios-drawdown in deze top-5: -30,77% (Europese schuldencrisis 2010-2012). Over het volledige 30-jarige venster blijft de maximum drawdown van Helios -33,79% (USD nominaal), tegenover -55,22% voor de S&P 500 in 2008 — een crisis die Helios door regimefilter en hedges grotendeels ontliep.
  3. STAT-07 — Handelsconcentratie (PARTIAL) — NVDA draagt 10,9% van het totaalrendement (drempel: 5%). Na verwijdering van de top-5 trades blijft de CAGR 17,8%, ruim boven de 10%-drempel. Het systeem leunt niet op één naam.
  4. ROB-03 — Deflated Sharpe (FAIL) — De Sharpe van 0,93 (USD nominaal, de basis waarop deze audit-toets wordt uitgevoerd) zakt naar 0,74 als je corrigeert voor het aantal geteste varianten — onder de drempel van 0,95. Als tegenwicht: walk-forward-efficiëntie 99% en factor-alpha statistisch significant (p=0,003). Twee losse toetsen, één conclusie: het rendement is geen statistische ruis.

Deze vier voorbehouden maken het model niet onbruikbaar. Ze verklaren wel waarom het oordeel “POSITIEF MET VOORBEHOUD” luidt, en niet een onbeperkt positief oordeel.

Volledig auditrapport: 25 criteria

Het auditrapport toetst het model aan 25 kwantitatieve criteria, verdeeld over vijf categorieën:

Rendementscriteria: CAGR, risicogecorrigeerde rendementen (Sharpe, Sortino, Calmar), meeropbrengst boven de benchmark, drawdown-limieten.

Risicoanalyse: Maximum drawdown, drawdown-duur, tail risk, correlatie met de benchmark, regime-afhankelijkheid.

Kostenanalyse: Transactiekosten, slippage-impact, commissiestructuur, omloopsnelheid.

Robuustheid: Parametergevoeligheid, subperiode-analyse, out-of-sample resultaten, survivorship bias.

Leverage: Margin-gebruik, leverage-efficiëntie, risico/rendement-verhouding van leverage.

Resultaat: 21 PASS, 1 PARTIAL, 3 FAIL.

Het volledige rapport met alle individuele testresultaten staat in de Onderbouwing onder Auditrapportages.