Het Bewijs
30 jaar, 25 criteria, 8.186 transacties
Het model is met 30 jaar aan marktdata (1996-2025) getoetst aan 25 kwantitatieve criteria. De vraag was: is dit alleen mooi op papier, of is het ook realistisch? Onder alle marktomstandigheden?
Auditresultaat: POSITIEF MET VOORBEHOUD — 23 van de 25 criteria zijn positief beoordeeld. De twee voorbehouden staan niet verstopt in een voetnoot, maar worden hieronder uitgelegd.
Het model belegt in USD-genoteerde Amerikaanse aandelen, verhandeld via de beurzen NYSE en NASDAQ. De kerngetallen hieronder tonen het EUR-afgedekte rendement — het resultaat voor een Nederlandse belegger na afdekking van valutarisico. De volledige vertaalslag van USD nominaal naar EUR reëel rendement staat verderop in de kostenopbouwtabel.
Alle cijfers op deze pagina komen uit de backtest over 1996-2025. Live trading start na de paper-tracking-fase; vanaf dan publiceert Whitefield maandelijks de afwijking tussen signaal en daadwerkelijke uitvoering (slippage, fills, commissies). De signaal-logica is identiek tussen backtest en live — alleen de uitvoering verschilt.
Waardeontwikkeling ($100.000 startkapitaal)
Lineaire schaal toont het effect van samengesteld rendement over 30 jaar. $100.000 groeit naar $34,7 miljoen bij 21,54% CAGR (USD nominaal — de reeks die deze grafiek toont).
Kerngetallen
Alle Helios-cijfers hieronder: EUR afgedekt 75% via CME-termijncontracten (CME Futures) — de doelvaluta-exposure bij schaal. De twee kapitaalregels staan in USD nominaal, omdat het model in USD handelt en de bedragen daar direct uit de ledger komen; ze zijn expliciet als zodanig gelabeld. Zie Valuta-afdekking en Auditrapportages voor de USD-nominale en EUR-reële lagen.
Vermogensgroei (1996-2025, log schaal)
Blauw: Helios gecombineerd systeem. Grijs: S&P 500 benchmark. Beide starten op $100.000.
| Kenmerk | Helios | S&P 500 | Toelichting |
|---|---|---|---|
| Periode | 1996-2025 (30 jaar) | Gelijk | |
| CAGR (EUR afgedekt) | 21,74% | ~10% | 2x het benchmarkrendement |
| Max Drawdown | -33,11% | ~-55% | Diepste dal: de coronacrash, februari-maart 2020 (zie hieronder) |
| Ulcer Index | 11,77% | 15,25% | Typische zwaarte van drawdowns (RMS van alle drawdowns) |
| Sharpe Ratio | 0,90 | ~0,45 | Risicogecorrigeerde meeropbrengst |
| Sortino Ratio | 1,24 | — | Gericht op neerwaarts risico |
| Calmar Ratio | 0,66 | ~0,18 | Rendement per eenheid max drawdown |
| Martin Ratio | 1,85 | ~0,67 | Rendement per eenheid Ulcer Index |
| Correlatie met S&P 500 | 0,17 | 1,00 | Gemiddelde; per regime verschilt het sterk (zie hieronder) |
| Totaal transacties | 8.186 | 1 (kopen en vasthouden) | |
| Startkapitaal (USD nominaal) | $100.000 | $100.000 | Het model handelt in USD |
| Eindkapitaal (USD nominaal) | $34,7M | $1,8M | 19× verschil |
Drawdown (% onder hoogste punt)
Rode vlak: Helios. Grijs vlak: S&P 500 Total Return. Helios max drawdown: -30,52% (USD nominaal, Europese schuldencrisis 2010-2012). S&P 500 max drawdown: -54,71% (financiële crisis, 2008-2009).
De Ulcer Index — hoe het model aanvoelt
De Max Drawdown (-33,11%) is het diepste dal in de hele reeks: de coronacrash van 2020. De top lag op 21 februari 2020, het dal vier weken later op 20 maart, en op 28 augustus stond de portefeuille weer op die oude top. Vier weken omlaag, een half jaar om het terug te verdienen.
Let op welk venster erbij hoort. In USD nominaal ligt het diepste dal ergens anders: daar is het de Europese schuldencrisis en de Amerikaanse kredietafwaardering (-30,52%, top april 2010, dal juni 2012, herstel februari 2013). Elke laag van de valuta-waterval heeft zijn eigen zwaarste moment, dus een max drawdown zonder het bijbehorende venster zegt weinig. Eerdere versies van deze pagina noemden hier de schuldencrisis van 2010-2012. Dat is het venster van de USD-laag, niet van de euro-afgedekte laag die u hier ziet.
Maar met het diepste dal weet je nog niet hoe het systeem meestal aanvoelt. Daarvoor is de Ulcer Index nuttig.
De Ulcer Index berekent het kwadratisch gemiddelde van alle drawdowns over de volledige 30-jarige periode. Diepere drawdowns tellen daardoor zwaarder mee dan ondiepe. Zo vang je diepte, duur en frequentie in één getal.
Ulcer Index = de gebruikelijke zwaarte van drawdowns
Martin Ratio = rendement gedeeld door de Ulcer Index
| Kenmerk | Helios | S&P 500 | Wat het betekent |
|---|---|---|---|
| Max Drawdown | -33,11% | -55% | Het diepste dal ooit — één week, maart 2020 |
| Ulcer Index | 11,77% | 15,25% | Hoe zwaar drawdowns meestal uitvallen, met extra gewicht voor diepe dalingen |
| Martin Ratio | 1,85 | ~0,67 | Rendement per eenheid Ulcer Index |
Het verschil tussen Max DD (33,11%) en Ulcer (11,77%) is veelzeggend. De Calmar ratio (0,66) oogt streng, omdat die volledig leunt op dat ene diepste punt. De Martin ratio (1,85) laat beter zien hoe het model zich in de overige jaren gedraagt. De drawdowns zijn stevig, maar niet uit verhouding met het rendement.
Hoe lang duurt zo’n daling?
Diepte is één ding, duur een ander. Het model is over dertig jaar wekelijks gemeten — 1.566 weken. Zo verdelen die zich:
| De portefeuille stond onder | Aantal weken | Aandeel van de 30 jaar |
|---|---|---|
| -10% | 588 | 38% |
| -20% | 170 | 11% |
| -25% | 82 | 5% |
| -30% | 4 | 0,3% |
Die vier weken onder de -30% zijn bovendien vier losse weken, verspreid over dertig jaar: mei 2000, augustus 2011, oktober 2011 en maart 2020. De portefeuille heeft nooit twee weken op rij zo diep gestaan. Het diepste punt is dus geen periode waar u maanden in zit; het is een enkele week die u doorkomt.
De langste aaneengesloten periode onder de vorige top duurde wel lang: 145 weken, bijna drie jaar. Dat is de eerlijke keerzijde. Een dal van -33% is kort; de weg terug naar een oude top kan jaren duren.
Drawdown in perspectief
Dezelfde drawdown-historie, hier naast het modelrendement en de S&P 500; op De Markt staat dezelfde vergelijking naast de 38 geanalyseerde consumentenplatformen.
Hoe verhoudt de 33,11% max drawdown van Helios (EUR CME Hedged, maart 2020) zich tot andere systematische strategieën?
| Helios | S&P 500 | Klassieke momentum | AQR AMOMX | Man AHL Diversified | Winton WDP | SG Trend Index | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| CAGR | 21,74% | ~10% | Varieert | 1,4% (10jr) | ~8-10% | ~8-10% | 5,2% |
| Max DD | 33,11% | 55% | 73% | ~37% | 18% | 26% | 21% |
| Calmar | 0,66 | ~0,18 | — | ~0,04 | ~0,50 | ~0,35 | ~0,25 |
| Sharpe | 0,90 | ~0,45 | — | — | 0,86 | 0,78 | ~0,50 |
| Asset Focus | Equities | Equities | Equities | Equities | Multi-Asset | Multi-Asset | Multi-Asset |
De vraag is niet of er drawdowns zijn. Die horen bij elke strategie. De vraag is wat je ervoor terugkrijgt.
Helios levert 66 cent jaarlijks rendement per dollar maximale drawdown (Calmar 0,66). Dat is meer dan het drievoudige van de S&P 500 (0,18) en ruim het dubbele van het gemiddelde CTA (0,25).
Waarom Helios klassieke momentum-crashes beter ontwijkt
Een klassieke momentumstrategie crashte -73% in 3 maanden in 2009. Zo’n strategie koopt aandelen die net hard zijn gestegen en short aan de andere kant aandelen die zijn achtergebleven. Die klap kwam vooral van die tweede kant: aandelen die eerst zwak waren, maar daarna plotseling hard herstellen. Helios is fundamenteel anders:
- Long-only momentum (S1) — geen shorts, dus geen blootstelling aan scherpe rebounds van verliezers
- Bear Market Model (S2) — in plaats van shortposities in momentum-verliezers te nemen, gebruikt Helios een shortstrategie die alleen inzet op tijdelijk overkochte aandelen in zwakke marktfases
- Regimefiltering — vermindert blootstelling wanneer de markt onder het langetermijngemiddelde zakt
De correlatie — per regime, niet over één kam
De correlatie van 0,17 in de kerngetallen is een gemiddelde over 30 jaar. Dat cijfer klopt, maar mist de kern. Wat Helios feitelijk doet, wordt pas zichtbaar door het op te splitsen per marktregime: stijgende markten (risk-on) en dalende markten (risk-off).
| Kenmerk | Risk-on | Risk-off | Toelichting |
|---|---|---|---|
| Correlatie met S&P 500 | +0,27 | +0,01 | Loopt mee in stijgende markten, los in dalende |
| Beta t.o.v. S&P 500 | +0,50 | +0,01 | Half zo gevoelig omhoog, nauwelijks gevoelig omlaag |
| Up-capture | +0,52 | — | Pakt ongeveer de helft van een marktstijging mee |
| Down-capture | — | +0,10 | Vrijwel onafhankelijk van een marktdaling |
Ter vergelijking: een passieve S&P-tracker heeft per definitie +1,00 op zowel up- als down-capture; een klassiek marktneutrale strategie streeft naar 0 op beide.
De samenvatting: In stijgende markten loopt Helios selectief mee; in dalende markten beweegt het vrijwel onafhankelijk van de S&P 500. “Marktneutraal fonds” is daarom een verkeerd label; “afgedekte momentumstrategie” dekt het beter.
Tijdens rollende 180-daagse vensters is de correlatie ruim een kwart van de tijd (26%) negatief. Het gemiddelde van 0,17 verbergt dat. Helios loopt mee als het goed gaat en ontkoppelt als het slecht gaat — en dát is het verschil tussen een belegger die zijn positie aanhoudt en een belegger die halverwege de drawdown zijn verlies neemt.
Volledige kostenopbouw
De onderstaande waterval laat zien wat er op elke laag van de kostenketen gebeurt: van het ruwe modelresultaat in USD tot het voor koopkracht gecorrigeerde rendement voor een Nederlandse belegger.
| Stap | Kenmerk | CAGR | Max DD | Ulcer | Martin | Toelichting |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | USD Nominaal | 21,54% | -30,52% | 11,12% | 1,94 | Volledig model met slippage en commissies |
| 2 | EUR onafgedekt | 22,05% | -34,11% | 11,87% | 1,86 | Geconverteerd naar EUR (historisch licht positief valuta-effect, diepere drawdown) |
| 3 | EUR afgedekt (75%, CME) | 21,74% | -33,11% | 11,77% | 1,85 | Carry-kosten = renteverschil (~99 bps/jaar gemiddeld) |
| 4 | EUR reëel | 18,93% | -35,85% | 12,84% | 1,47 | Gecorrigeerd voor NL inflatie (HICP, ~280 bps/jaar) |
Let op de drawdownkolom: de EUR-afgedekte drawdown (-33,11%) is dieper dan de USD-nominale (-30,52%). Valuta-afdekking maakt de drawdown niet ondieper dan het onderliggende USD-resultaat; ze haalt het grootste deel van de EUR/USD-ruis weg ten opzichte van de onafgedekte EUR-variant (-34,11%). Wie een euro-rekening aanhoudt, ziet stap 3 — niet stap 1.
Whitefield laat niet alleen een bruto getal zien, maar de hele keten die dat rendement vormt: afdekking van valutarisico (~99 bps/jaar gemiddeld), inflatie (~280 bps/jaar), slippage en transactiekosten. In theorie is dat vanzelfsprekend. In de praktijk laten fondsen deze breakdown helemaal niet zien. Ze laten alleen het bovenste cijfer zien — het bruto beta-rendement.
Maandelijkse rendementen (%)
| Jaar | Jan | Feb | Mar | Apr | May | Jun | Jul | Aug | Sep | Oct | Nov | Dec | Jaar |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1996 | 1.7 | 6.0 | 2.2 | 10.8 | 7.8 | -2.9 | -12.4 | 3.0 | 2.4 | -1.2 | 9.8 | 0.2 | 28.4 |
| 1997 | 9.7 | 5.6 | -4.7 | 3.8 | 10.8 | 5.1 | 7.7 | 7.1 | 12.9 | -12.8 | 1.7 | -2.2 | 50.6 |
| 1998 | -0.1 | 3.2 | 11.4 | 3.0 | -0.3 | 8.3 | 1.2 | -3.4 | -5.2 | -6.1 | 4.9 | 6.5 | 24.1 |
| 1999 | 10.6 | 1.2 | -1.3 | 13.1 | -8.8 | 7.8 | 0.1 | 11.6 | -2.6 | -4.4 | 26.4 | 11.6 | 79.9 |
| 2000 | 6.5 | 17.6 | 21.4 | -16.1 | -13.6 | 2.5 | -0.3 | 5.8 | 0.2 | -5.1 | -0.2 | 13.8 | 29.0 |
| 2001 | 15.2 | 5.1 | 7.1 | 1.5 | 5.6 | -2.8 | 3.9 | 7.4 | -0.2 | 2.9 | 4.1 | -1.1 | 59.2 |
| 2002 | 2.4 | -0.5 | -0.3 | 3.7 | 5.7 | -4.7 | -7.9 | 1.4 | 8.8 | -5.8 | -0.7 | 12.0 | 12.9 |
| 2003 | 4.2 | 3.6 | -6.0 | 0.6 | 9.8 | -2.8 | 3.8 | -2.4 | 6.6 | -4.5 | 9.0 | -6.3 | 14.6 |
| 2004 | 13.8 | -4.1 | -9.5 | 6.3 | -6.9 | 4.3 | -2.0 | -4.2 | 5.9 | -2.1 | 10.6 | 4.0 | 14.0 |
| 2005 | -12.1 | 7.4 | -1.7 | -2.6 | -2.3 | 6.9 | 3.7 | -1.8 | 1.1 | -8.9 | 9.0 | 5.7 | 2.1 |
| 2006 | 3.3 | -1.0 | 5.2 | 1.1 | -15.5 | -4.7 | 0.8 | -0.5 | 1.8 | 1.0 | 3.3 | -1.5 | -8.3 |
| 2007 | 5.2 | 4.8 | 0.3 | 3.8 | 4.2 | -3.3 | 9.3 | -4.4 | 12.3 | 5.2 | -12.3 | 0.1 | 25.4 |
| 2008 | -1.3 | 3.5 | 5.2 | -3.7 | -2.8 | 4.6 | 7.4 | -0.3 | 15.8 | -6.2 | 16.0 | 26.2 | 79.4 |
| 2009 | -0.0 | 3.0 | -3.6 | 1.4 | 0.8 | -12.6 | 18.6 | 19.8 | 6.7 | -8.7 | 4.0 | 11.3 | 42.2 |
| 2010 | -6.5 | -0.3 | 12.5 | 10.4 | -17.6 | -2.2 | -6.3 | -5.5 | 5.5 | 2.2 | 0.7 | 3.7 | -6.8 |
| 2011 | -2.3 | 10.7 | -2.3 | 1.1 | -9.4 | -2.8 | 2.7 | -6.9 | -1.0 | -0.6 | 3.1 | -3.0 | -11.4 |
| 2012 | 10.3 | 2.8 | 7.7 | -8.3 | -9.7 | 0.8 | -2.8 | 6.5 | 4.6 | 1.2 | 2.9 | 5.7 | 21.7 |
| 2013 | 5.6 | 12.9 | 3.4 | -5.9 | 9.0 | -1.1 | 7.5 | 3.5 | 9.3 | 3.0 | 1.9 | 2.0 | 62.9 |
| 2014 | -2.0 | 15.0 | -1.7 | -0.8 | 3.0 | 3.8 | 1.3 | -0.4 | -1.4 | -3.5 | 5.0 | 1.6 | 20.3 |
| 2015 | 4.4 | 2.3 | 3.4 | -3.8 | -2.9 | 4.3 | -1.9 | -6.1 | 0.2 | 0.2 | 0.2 | -1.0 | -1.4 |
| 2016 | -6.4 | 8.3 | -3.9 | 0.3 | -0.1 | 3.6 | 3.0 | 4.0 | -2.3 | -4.2 | 10.8 | 5.3 | 18.3 |
| 2017 | -1.3 | 3.6 | -2.9 | 0.0 | -0.3 | 0.6 | 4.7 | -1.6 | 0.0 | 5.5 | 8.7 | 0.6 | 18.6 |
| 2018 | 5.9 | -7.8 | -7.0 | -1.4 | 2.8 | 4.6 | 0.1 | 1.8 | 2.0 | -7.3 | 0.4 | 0.3 | -6.4 |
| 2019 | -3.4 | 3.7 | 4.0 | 1.3 | -6.7 | 6.4 | 3.4 | -3.1 | -1.1 | -2.1 | 6.4 | 2.7 | 11.1 |
| 2020 | -2.6 | -7.0 | -13.6 | 4.5 | 1.6 | 2.8 | 10.2 | 12.2 | -5.6 | 5.9 | 15.5 | -0.7 | 21.0 |
| 2021 | 5.0 | 21.0 | 3.7 | -0.5 | -1.4 | -3.7 | 2.9 | 9.4 | -1.3 | 5.1 | 5.3 | 1.1 | 54.8 |
| 2022 | -6.4 | -0.1 | 10.8 | -4.5 | 10.6 | -10.8 | -1.3 | 2.4 | -5.5 | -0.8 | 4.3 | 4.6 | 0.7 |
| 2023 | 6.0 | 1.2 | -1.1 | 2.8 | 3.2 | 11.3 | 5.3 | -7.0 | -1.8 | -1.6 | 1.4 | 0.0 | 20.4 |
| 2024 | 5.9 | -2.6 | 7.5 | -7.7 | 4.6 | 1.7 | -5.3 | -0.2 | 3.0 | -0.4 | 12.9 | -6.4 | 11.6 |
| 2025 | 6.8 | -6.7 | -5.8 | -5.9 | -5.6 | 3.4 | 0.6 | 2.1 | 14.2 | 15.0 | -3.0 | 9.2 | 23.3 |
Groen: positief rendement. Rood: negatief rendement. Verzadigde kleuren = grens van ±5% overschreden.
Winstgevende periodes
De volgende tabel toont het percentage rolling vensters waarin de strategie positief rendement levert — gemeten over elk overlappend venster van respectievelijk 12, 24, 36 en 60 maanden sinds 1996. Dit is het geduldsargument in één tabel: hoe langer je erin zit, hoe kleiner de kans op een negatief resultaat.
| Venster | Helios | Alpha t.o.v. S&P 500 | S&P 500 |
|---|---|---|---|
| 12 mnd | 289/349 (83%) | 194/349 (56%) | 280/349 (80%) |
| 24 mnd | 314/337 (93%) | 195/337 (58%) | 280/337 (83%) |
| 36 mnd | 321/325 (99%) | 220/325 (68%) | 266/325 (82%) |
| 60 mnd | 301/301 (100%) | 247/301 (82%) | 252/301 (84%) |
Op een vijfjaars-horizon is elk van de 301 rolling vensters sinds 1996 winstgevend geweest — 100%. De S&P 500 scoort op dezelfde horizon 84%. De alpha-kolom telt de vensters waarin Helios meer rendement oplevert dan de S&P 500 passief volgen: 82% over vijf jaar. Voor een belegger die tien à vijftien jaar in het fonds zit, is de historische kans op een verloren decennium daarmee zeer klein — althans binnen wat deze 30-jaars backtest kan aantonen.
Waar het rendement vandaan komt
De onderstaande attributie is in USD — de valuta waarin het model handelt. De vertaling naar EUR staat in de kostenopbouwtabel hierboven.
| Onderdeel | Bijdrage | Beschrijving |
|---|---|---|
| Benchmark (SPY) CAGR | 10,24% | S&P 500-rendement over dezelfde periode |
| S1 (Momentum) losse CAGR | 14,95% | Groeimodel zonder Bear Market Model |
| S2 (Bear Market Model) losse CAGR | 3,70% | Bear Market Model zonder Groeimodel |
| S1 alpha boven benchmark | +4,71pp | Meeropbrengst van S1 boven SPY |
| Allocatie-effect | +2,77pp | Extra rendement door gekozen allocatie binnen het Groeimodel |
| Kostenimpact | -1,12pp | Slippage (USD 323.327) + commissies (USD 67.272) |
| Gecombineerde CAGR | 21,54% |
Het allocatie-effect (+2,77pp) laat zien wat de gekozen allocatie binnen het Groeimodel toevoegt. De diversificatiewaarde zit niet in extra CAGR, maar in risicoreductie: de lage correlatie van -0,002 tussen S1 en S2 onderling (niet te verwarren met de 0,17 uit de Kerngetallen, dat is Helios versus de S&P 500) verlaagt de portefeuillevolatiliteit met 9,7% ten opzichte van de gewogen som van de losse systemen. Die wisselwerking staat verderop uitgewerkt in de systeem-interactieanalyse.
Sensitiviteitsanalyse
Een model dat alleen werkt bij precies één parameterkeuze is geen model — dan is het geluk. Daarom is het systeem getest in zes varianten rond de kernparameters: iets scherper, iets losser, en een paar combinaties daartussen. De CAGR-cijfers hieronder staan in USD nominaal — de basis waarop deze robuustheidsanalyse is uitgevoerd; de hoofdbenchmark in Kerngetallen blijft 21,74% EUR afgedekt.
| Scenario | CAGR | t.o.v. baseline |
|---|---|---|
| Lagere S1 / Basis S2 | 18,77% | -6,9% |
| Vorige S1 / Basis S2 | 20,17% | 0,0% |
| Definitieve S1 / Basis S2 | 21,54% | +6,8% |
| Lagere S1 / Gereduceerde S2 | 16,89% | -16,3% |
| Hogere S1 / Basis S2 | 25,43% | +26,1% |
| Minimum S1 / Minimum S2 | 15,15% | -24,9% |
Alle varianten blijven binnen 30% van de baseline. Zelfs het zwakste scenario (15,15% CAGR) ligt nog ruim boven de S&P 500. Het systeem hangt dus niet af van één fragiele afstelling. Draai je aan de knoppen, dan verschuift het resultaat — maar het valt niet om.
Systeem-interactieanalyse
Twee systemen in één portefeuille leveren pas iets op als ze elkaar aanvullen. Daarom is de interactie tussen Groeimodel en Bear Market Model apart bekeken:
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| Correlatie tussen S1- en S2-rendementen (intern, niet de 0,17 tegen S&P 500) | -0,002 |
| Sharpe-verbetering (S1 alleen → gecombineerd, USD nominaal) | 0,81 → 0,93 (+15%) |
| Leverage-efficiëntie | 0,61 |
De correlatie is licht negatief (-0,002). Niet toevallig: het Groeimodel leeft op in stijgende markten, het bear-marktmodel in dalende. Ze opereren precies in de marktcondities waar de ander niets te zoeken heeft. Op zichzelf haalt het Groeimodel een Sharpe-ratio van 0,81; het gecombineerde systeem tilt dat naar 0,93 — een verbetering van ongeveer 15% in risicogecorrigeerd rendement (beide USD nominaal, de basis waarop de systeem-attributie is uitgevoerd; de hoofdbenchmark in Kerngetallen is 0,90 EUR afgedekt).
De leverage-efficiëntie van 0,61 betekent dat elke extra eenheid leverage 61 cent rendement oplevert per extra eenheid drawdown-risico. Alles boven 0,30 geldt in de praktijk als efficiënt. Het systeem zit daar dus ruim boven.
Monte Carlo analyse
De resultaten zijn ook gevalideerd met 10.000 simulaties op basis van willekeurig herschikte wekelijkse rendementen:
| Kenmerk | p5 | Mediaan | Gemiddeld | 95% CI |
|---|---|---|---|---|
| CAGR (USD) | 12,89% | 21,45% | 21,60% | [11,26%, 32,57%] |
| Sharpe (USD) | 0,62 | 0,93 | 0,93 | [0,56, 1,30] |
Zelfs op het pessimistische p5-niveau komt de strategie uit op 12,89% USD CAGR. Dat ligt nog altijd ruim boven het langetermijngemiddelde van de MSCI World (~8%).
De Monte Carlo draait op de USD-nominale reeks, dus de p5 (12,89%) is niet één-op-één vergelijkbaar met de EUR-afgedekte hoofdbenchmark (21,74%) in de tabel Kerngetallen. Een directe vergelijking vraagt om gelijke valuta-laag: zie de kostenopbouwtabel hierboven voor de vertaalstap.
Survivorship bias analyse (-471 basispunten)
Survivorship bias is de klassieke manier om een backtest mooier te laten lijken dan hij is: je test alleen die aandelen die “vandaag” ook nog actief zijn. De overlevers. De rest valt stilzwijgend buiten beeld. Daar rolt dan een kunstmatig rendement uit. Helios werkt daarom met point-in-time data van Norgate, inclusief alle aandelen die later van de beurs zijn verdwenen.
De uitkomst is opmerkelijk: de bias is -471 basispunten. Negatief dus. Het systeem presteert beter met de volledige geschiedenis — inclusief de afvallers — dan met een universum waarin alleen de overlevers zitten: 21,54% CAGR op de point-in-time-index tegenover 16,83% op een universum van alleen de huidige S&P 500-leden.
Dat klinkt niet intuïtief, maar laat zich verklaren. Aandelen die uiteindelijk van de beurs verdwijnen, zakken bijna altijd eerst langzaam weg. Helios zoekt juist kracht en trend, en laat zulke namen meestal al los voordat het echt misgaat. Daardoor schuift de bias hier de andere kant op.
Dat is een afwijking t.o.v. de norm. En juist daarom hoort ze expliciet in een audit thuis. Niet als trucje, maar als logische consequentie van wat het systeem doet.
De twee voorbehouden toegelicht
Het model is intern getoetst aan een vast kader van 25 kwantitatieve criteria: rendementscriteria, risicoanalyse, kostenanalyse, robuustheid en leverage. De drempelwaarden, meetmethoden en bronbestanden staan op de auditpagina. Een externe audit door een onafhankelijke partij volgt pas wanneer het fonds een vergunning aanvraagt; tot die tijd is dit een zelfaudit tegen een expliciet gepubliceerd kader.
Van de 25 criteria zijn er 23 positief beoordeeld. Eén criterium scoort PARTIAL, één scoort FAIL. Hieronder staat per criterium in het kort wat het betekent; de volledige uitleg met meetwaarden en drempels staat op de auditpagina.
- STAT-07 — Handelsconcentratie (PARTIAL) — Na verwijdering van de top-5 trades blijft de CAGR 21,3%, ruim boven de 10%-drempel, en geen enkele naam draagt meer dan 2,6% van het totaalrendement (drempel: 5%). Wat blijft haken is de winst/verlies-ratio van 1,08, onder de auditdrempel van 1,5 — typerend voor een momentumstrategie die verliezers snel afkapt en winnaars laat lopen, maar het blijft een gedeeltelijk resultaat.
- ROB-03 — Deflated Sharpe (FAIL) — De Sharpe van 0,93 (USD nominaal, de basis waarop deze audit-toets wordt uitgevoerd) zakt naar 0,43 als je corrigeert voor het aantal geteste varianten (50) — onder de drempel van 0,95. Als tegenwicht: walk-forward-efficiëntie 89% (21 van de 23 out-of-sample-vensters winstgevend) en een factor-alpha die statistisch significant is (14,03% op jaarbasis, p=0,0009). Twee losse toetsen, één conclusie: het rendement is geen statistische ruis — maar dertig jaar blijft één enkel pad.
Twee criteria die in eerdere versies van deze pagina als voorbehoud stonden, zijn met de huidige baseline wél gehaald. STAT-06 (worst-case drawdown) is nu positief: in de vijf zwaarste dalingen van de S&P 500 zakte Helios in 5 van de 5 gevallen minder diep — tijdens de kredietcrisis -15,3% tegenover -55,2% voor de index. Dat komt doordat het Bear Market Model sinds de trend-diepte-filter alleen nog short gaat in bevestigde dalende markten, waardoor het de ondiepe dips niet langer meeneemt.
Deze twee voorbehouden maken het model niet onbruikbaar. Ze verklaren wel waarom het oordeel “POSITIEF MET VOORBEHOUD” luidt, en niet een onbeperkt positief oordeel.
Volledig auditrapport: 25 criteria
Het auditrapport toetst het model aan 25 kwantitatieve criteria, verdeeld over vijf categorieën:
Rendementscriteria: CAGR, risicogecorrigeerde rendementen (Sharpe, Sortino, Calmar), meeropbrengst boven de benchmark, drawdown-limieten.
Risicoanalyse: Maximum drawdown, drawdown-duur, tail risk, correlatie met de benchmark, regime-afhankelijkheid.
Kostenanalyse: Transactiekosten, slippage-impact, commissiestructuur, omloopsnelheid.
Robuustheid: Parametergevoeligheid, subperiode-analyse, out-of-sample resultaten, survivorship bias.
Leverage: Margin-gebruik, leverage-efficiëntie, risico/rendement-verhouding van leverage.
Resultaat: 23 PASS, 1 PARTIAL, 1 FAIL.
Het volledige rapport met alle individuele testresultaten staat in de Onderbouwing onder Auditrapportages.