Skip to content

Het Bewijs

30 jaar, 25 vereisten, 11.543 transacties

Het model is over 30 jaar markthistorie (1996-2025) getoetst aan 25 kwantitatieve vereisten. De vraag was simpel: is dit stevig genoeg voor live kapitaal, of niet?

Auditresultaat: INVEST WITH CAVEATS — 21 van de 25 vereisten zijn positief beoordeeld. De vier voorbehouden staan er niet verstopt onder, maar worden hieronder gewoon uitgelegd.

Alle bedragen hieronder zijn in USD. Het model belegt in USD-genoteerde Amerikaanse aandelen. De volledige waterval van USD nominaal naar EUR reeel rendement staat verderop, inclusief valuta-afdekking en inflatie.

Waardeontwikkeling ($100.000 startkapitaal)

Lineaire schaal toont het effect van samengesteld rendement over 30 jaar. $100.000 groeit naar $27,3 miljoen bij 20,57% CAGR.

Kernmetrieken

Vermogensgroei (1996-2025, log schaal)

Blauw: Helios gecombineerd systeem. Grijs: S&P 500 benchmark. Beide starten op $100.000.

MetricHeliosS&P 500Toelichting
Periode1996-2025 (30 jaar)Gelijk
CAGR (USD)20,57%~10%2x het benchmarkrendement
Max Drawdown-36,47%~-55%Significante bescherming vs index
Ulcer Index12,38%15,25%Typische drawdown-pijn (RMS van alle drawdowns)
Sharpe Ratio0,89~0,45Risicogecorrigeerde outperformance
Sortino Ratio1,25Downside-gerichte maatstaf
Calmar Ratio0,56~0,18Rendement per eenheid max drawdown
Martin Ratio1,66~0,67Rendement per eenheid aggregate drawdown-pijn
S&P 500 Correlatie0,141,00Lage correlatie
Totaal transacties11.543
Startkapitaal$100.000
Eindkapitaal$22,7M

Drawdown (% onder hoogste punt)

Rode vlakken tonen perioden onder het vorige hoogtepunt. Maximale drawdown: -36,47% (Europese schuldencrisis, 2010-2012).

De Ulcer Index — hoe het model aanvoelt

De Max Drawdown (-36,47%) is het diepste dal in de hele reeks, gedreven door de Europese schuldencrisis en de Amerikaanse kredietafwaardering (2010-2012). Maar dat zegt nog niet hoe het systeem meestal aanvoelt. Daar is de Ulcer Index nuttig voor.

De Ulcer Index berekent het kwadratisch gemiddelde van alle drawdowns over de volledige 30-jarige periode. Diepere drawdowns tellen daardoor zwaarder mee dan ondiepe. Je vangt dus diepte, duur en frequentie in één getal.

Ulcer Index = hoe erg het voelt

Martin Ratio = of dat gevoel het waard was

En Helios zegt nu: “Het doet soms pijn, maar ja — het is het waard.”

MetricHeliosS&P 500Wat het betekent
Max Drawdown-36,47%-55%Het diepste dal ooit
Ulcer Index12,38%15,25%De meer typische drawdown-ervaring, gewogen naar zwaarte
Martin Ratio1,66~0,67Rendement per eenheid drawdown-pijn

Het verschil tussen Max DD (36,47%) en Ulcer (12,38%) zegt veel. Buiten de schuldencrisis van 2010-2012 zijn de drawdowns van Helios meestal korter en minder diep. De Calmar ratio (0,56) oogt daardoor wat streng, omdat die volledig verankerd is aan één uitzonderlijke episode. De Martin ratio (1,66) laat beter zien hoe het model zich over de volle periode meestal gedraagt.

Een Martin ratio van 1,66 is geen klein detail. Het zit in het gebied waar een ervaren belegger kan zeggen: de pijn is niet prettig, maar wel verdedigbaar. Niet risicoloos. Wel logisch.

Volledige kostenwaterval

De onderstaande waterval toont het rendement op elke laag van de kostenketen — van het ruwe backtestresultaat in USD tot het koopkracht-gecorrigeerde rendement voor een Nederlandse belegger.

StapMetricCAGRMax DDUlcerMartinToelichting
1USD Nominaal20,57%-36,47%12,38%1,66Volledig model met slippage en commissies
2EUR Onafgedekt21,08%-37,43%13,25%1,59Geconverteerd naar EUR (historisch licht positief FX-effect)
3EUR Afgedekt 75% (CME)20,74%-34,92%12,84%1,61Carry cost = renteverschil (~95 bps/jaar gemiddeld)
4EUR Reeel17,96%-37,47%13,96%1,29Gecorrigeerd voor NL inflatie (HICP, ~261 bps/jaar)

Whitefield laat niet alleen een bruto getal zien, maar de hele keten die dat rendement beïnvloedt: valuta-afdekking (~95 bps/jaar gemiddeld), inflatie (~261 bps/jaar), slippage en transactiekosten. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar in de praktijk laat vrijwel niemand dit volledig zien.

Maandelijkse rendementen (%)

Jaar JanFebMarAprMayJunJulAugSepOctNovDec Jaar
1996 1.7 6.0 2.2 10.8 7.8 -2.9 -12.4 3.0 2.4 -1.3 9.7 0.2 28.2
1997 9.7 5.6 -4.7 3.8 10.8 5.1 7.7 7.1 12.9 -12.9 1.7 -2.2 50.5
1998 -0.1 3.2 11.4 3.0 -0.3 8.2 1.2 -3.3 -6.2 -6.0 4.9 6.4 22.8
1999 10.6 1.2 -1.4 13.1 -10.1 7.5 0.3 11.6 -2.6 -7.3 26.7 11.6 72.3
2000 6.5 19.7 20.6 -16.1 -11.3 -0.1 -0.3 5.8 0.4 5.3 -4.6 10.2 34.1
2001 10.1 12.0 4.7 1.7 8.7 -2.7 4.3 16.7 1.9 -0.2 3.6 -3.1 72.6
2002 3.8 -0.4 -3.8 0.8 7.7 -2.1 -5.6 1.4 10.9 -7.9 2.8 14.7 21.8
2003 6.5 2.6 -5.0 -1.0 9.6 -3.3 3.9 -1.9 6.6 -4.6 9.3 -6.3 15.8
2004 13.8 -4.1 -9.5 6.2 -6.9 4.3 -2.6 -4.3 5.7 -3.0 11.9 4.0 13.2
2005 -11.3 6.2 -1.5 0.5 -2.9 6.8 3.7 -1.8 1.1 -8.2 8.1 5.7 4.3
2006 3.3 -1.0 5.2 1.1 -15.6 -7.1 0.2 -0.4 1.6 1.0 3.2 -1.5 -11.4
2007 5.2 4.8 0.3 3.8 4.2 -3.3 9.3 -3.6 11.5 1.9 -15.2 -1.6 15.5
2008 -2.5 -1.1 4.9 -1.4 -8.2 12.3 -4.3 -1.1 16.8 -5.1 17.1 27.2 60.7
2009 -0.1 3.9 -2.4 -4.5 5.3 -12.4 18.5 19.2 6.7 -7.5 6.1 9.0 44.2
2010 -7.1 0.7 12.3 11.9 -17.4 -2.6 -9.4 -5.5 5.6 2.4 0.6 3.2 -9.0
2011 -2.6 10.8 -2.3 1.1 -9.4 -2.8 2.7 -7.9 -0.1 -1.2 6.1 -7.3 -13.7
2012 10.6 2.6 9.3 -11.3 -11.9 2.5 -2.9 6.5 5.0 1.0 2.9 5.7 18.9
2013 5.6 12.9 3.4 -5.9 9.0 -1.1 7.3 3.5 9.3 3.0 1.9 2.0 62.7
2014 -2.0 15.0 -1.7 -0.9 3.1 3.8 1.3 -0.4 -1.4 -3.3 5.0 1.6 20.4
2015 4.4 2.3 3.4 -3.8 -2.9 4.3 -2.0 -5.9 -0.5 0.3 0.2 -0.7 -1.4
2016 -7.2 4.1 -3.6 0.3 -0.1 3.6 2.8 4.0 -2.3 -4.2 10.8 5.3 12.7
2017 -1.3 3.6 -2.9 0.0 -0.3 0.6 4.7 -1.6 0.0 5.5 8.7 0.6 18.4
2018 5.9 -7.8 -7.0 -1.4 2.8 4.6 0.1 1.8 2.0 -6.6 -0.9 -0.0 -7.4
2019 -3.2 3.0 5.1 1.2 -6.0 6.8 3.1 -2.1 -1.6 -1.8 5.7 2.7 12.7
2020 -3.3 -7.7 -11.9 4.1 2.8 3.0 10.3 12.2 -5.7 5.9 16.4 -0.8 23.7
2021 5.1 21.5 3.6 -0.4 -1.1 -3.6 3.0 9.5 -1.1 5.2 5.3 0.9 56.5
2022 -6.9 2.8 3.9 -4.2 11.4 -10.6 -0.0 0.8 -4.3 -1.2 4.9 5.7 0.2
2023 -0.9 1.2 -1.0 2.8 3.2 11.3 5.3 -6.9 -1.9 -1.5 0.1 0.0 11.0
2024 5.9 -2.6 7.5 -7.7 4.6 1.5 -5.5 -0.1 2.9 -0.4 12.4 -6.5 10.5
2025 6.7 -6.7 -4.3 -6.6 -7.1 3.4 0.6 2.1 14.1 15.0 -3.0 9.2 22.1

Groen: positief rendement. Rood: negatief rendement. Donkerdere kleuren = grotere uitschieters.

Alpha breakdown

Waar komt het rendement vandaan? De attributiedecompositie ontleedt de 20,57% CAGR in zijn componenten:

ComponentBijdrage
S1 (Momentum) standalone CAGR14,06%
S2 (Bear Market Model) standalone CAGR3,82%
S1 alpha boven benchmark+3,82pp
Weight allocation effect+1,31pp
Interactie-effect+1,27pp
Kostendrag (slippage + commissies)-1,33pp
Gecombineerde CAGR20,57%

Het gecombineerde systeem doet meer dan simpelweg twee rendementslijnen optellen. De lage correlatie (-0,015) tussen System 1 en System 2 levert een echt diversificatievoordeel op: de systemen zijn juist op andere momenten nuttig.

Auditresultaat: INVEST WITH CAVEATS

Het model is getoetst aan 25 kwantitatieve vereisten. 21 daarvan zijn positief. De vier voorbehouden zijn:

  1. Short position sizing — Het grootste verlies op een enkele shortpositie (8,3%) overschrijdt de drempel van 5%. Shortposities dragen inherent meer staartrisico.
  2. Leverage-efficientie — De leverage is effectief (0,53 efficiencyratio), maar concentreert zich in bepaalde marktregimes. In sommige perioden draagt leverage meer bij dan in andere.
  3. Survivorship bias — De survivorship bias is -188 basispunten: het model presteert beter met uitgenoteerde aandelen (point-in-time data), niet slechter. Dit is ongebruikelijk maar verklaarbaar — uitgenoteerde aandelen die verdwijnen uit de index waren vaak al dalende en werden vermeden door het momentumfilter.
  4. Parametergevoeligheid — De parameters zijn robuust (alle varianten binnen 30% van baseline), maar er is enige gevoeligheid in de momentum-lookbackperiode. Niet fragiel, maar ook niet volledig indifferent.

Deze punten maken het model niet onbruikbaar. Ze verklaren wel waarom het oordeel “INVEST WITH CAVEATS” is, en niet een gedachteloos groen vinkje.

Monte Carlo analyse

De resultaten zijn daarnaast gevalideerd met 10.000 bootstrap-resamples van wekelijkse rendementen:

Metricp5MediaanGemiddeldp9595% CI
CAGR (USD)12,07%20,52%20,65%31,52%[10,45%, 31,52%]
Sharpe0,590,890,901,26[0,53, 1,26]

Zelfs op het pessimistische p5-niveau levert de strategie 12,07% USD CAGR. Dat ligt nog altijd ruim boven het langetermijngemiddelde van de MSCI World (~8%).


Verdieping

Drawdown in perspectief

Hoe verhoudt de -36,47% max drawdown van Helios zich tot andere systematische strategieen?

Fonds/StrategieCAGRMax DDCalmarSharpeAsset Focus
Helios20,57%-36,47%0,560,89US Equity
S&P 500~10%-55%~0,18~0,45US Equity
Academisch UMD FactorVarieert-73%L/S Equity
AQR AMOMX1,4% (10jr)-34% tot -40%~0,04US Equity
Man AHL Diversified~8-10%-18%~0,500,86Multi-Asset
Winton WDP~8-10%-26%~0,350,78Multi-Asset
SG Trend Index5,2%-21%~0,25~0,50Multi-Asset CTA

De centrale vraag is niet of er drawdowns zijn. Die horen bij elke langlopende aandelenstrategie. De vraag is: wat krijg je ervoor terug?

Helios levert 56 cent jaarlijks rendement per dollar max drawdown-risico (Calmar 0,56). Dat is meer dan het dubbele van de S&P 500 (0,18) en het gemiddelde CTA (0,25).

Waarom Helios klassieke momentum-crashes beter ontwijkt

Het academische UMD momentum-factor crashte -73% in 3 maanden in 2009, gedreven door de korte kant (shorten van verliezers die plotseling herstellen). Helios is fundamenteel anders:

  1. Long-only momentum (System 1) — geen korte kant, dus geen blootstelling aan verliezer-reversal risico
  2. Regimefiltering — vermindert blootstelling wanneer de markt onder het langetermijngemiddelde zakt
  3. Apart Bear Market Model (System 2) — in plaats van momentum-verliezers te shorten, gebruikt Helios een RSI-thrust shortingstrategie gericht op overbought condities tijdens risk-off regimes

Volledig auditrapport: 25 vereisten

Het auditrapport toetst het model aan 25 kwantitatieve vereisten, verdeeld over vijf categorieeen:

Rendementsvereisten: CAGR, risicogecorrigeerde rendementen (Sharpe, Sortino, Calmar), benchmark-outperformance, drawdown-limieten.

Risicoanalyse: Maximum drawdown, drawdown-duur, tail risk, correlatie met de benchmark, regime-afhankelijkheid.

Kostenanalyse: Transactiekosten, slippage-impact, commissiestructuur, omloopsnelheid.

Robuustheid: Parametergevoeligheid, subperiode-analyse, out-of-sample resultaten, survivorship bias.

Leverage: Margin-gebruik, leverage-efficientie, risico/rendement-verhouding van leverage.

Resultaat: 21 PASS, 4 PASS MET VOORBEHOUD, 0 FAIL.

Het volledige rapport met alle individuele testresultaten staat in de Onderbouwing onder Auditrapportages.

8-componenten attributiedecompositie

De attributieanalyse splitst het gecombineerde rendement uit in 8 componenten:

ComponentWaardeBeschrijving
Benchmark (SPY) CAGR10,24%S&P 500 rendement over dezelfde periode
S1 standalone CAGR14,06%Groeimodel zonder Bear Market Model
S2 standalone CAGR3,82%Bear Market Model zonder Groeimodel
S1 alpha boven benchmark+3,82ppOutperformance van S1 vs SPY
Weight allocation effect+1,31ppBijdrage van de weging tussen systemen
Interactie-effect+1,27ppSynergie tussen S1 en S2
Kostendrag-1,33ppSlippage ($291.823) + commissies ($74.330)
Gecombineerd20,57%

Het interactie-effect (+1,27pp) laat het diversificatievoordeel zien. Juist doordat S1 en S2 niet tegelijk op hetzelfde moment hoeven te werken, komt het gecombineerde rendement hoger uit dan de losse bouwstenen doen vermoeden.

Sensitiviteitsanalyse

De parametergevoeligheid is getest met 6 scenario’s rond de kernparameters:

ScenarioCAGRvs Baseline
Lagere S1 / Basis S217,99%-6,8%
Vorige S1 / Basis S219,30%+0,0%
Definitieve S1 / Basis S220,57%+6,6%
Lagere S1 / Gereduceerde S216,08%-16,6%
Hogere S1 / Basis S224,16%+25,2%
Minimum S1 / Minimum S214,55%-24,6%

Oordeel: ROBUUST. Alle varianten blijven binnen de 30% drempel. Zelfs het zwakste scenario (14,55% CAGR) ligt nog ruim boven de S&P 500 benchmark. Het model is dus niet afhankelijk van één fragiele afstelling.

Survivorship bias analyse (-188 basispunten)

Survivorship bias ontstaat wanneer alleen overlevende aandelen in een backtest worden opgenomen, waardoor het rendement kunstmatig wordt opgeblazen. Helios gebruikt point-in-time (PIT) data van Norgate die uitgenoteerde aandelen bevat.

Het opvallende resultaat is dat de survivorship bias -188 basispunten is. Het model presteert dus beter met PIT data, inclusief uitgenoteerde aandelen, dan zonder.

Verklaring: Aandelen die later verdwijnen van de beurs waren vaak al aan het wegzakken voordat dat gebeurde. Het momentumfilter vermijdt zulke namen meestal vanzelf, omdat het juist stijgende trends zoekt. Daardoor helpt PIT data het model hier eerder dan dat het schaadt.

Dat is ongebruikelijk, maar niet onlogisch. Een momentumstrategie die bewust stijgende aandelen selecteert, kan van nature een negatieve survivorship bias hebben.

Systeem-interactieanalyse

De twee systemen (Groeimodel en Bear Market Model) zijn geanalyseerd op hun onderlinge interactie:

MetricWaarde
Correlatie tussen S1 en S2 rendementen-0,015
Diversificatievoordeel14%
Leverage-efficientie0,51

De lage (licht negatieve) correlatie bevestigt dat de twee systemen complementair zijn: het Groeimodel presteert het best in stijgende markten, het Bear Market Model in dalende markten. Het 14% diversificatievoordeel betekent dat het gecombineerde systeem minder risico draagt dan de gewogen som van de individuele systemen.

De leverage-efficientie van 0,51 betekent dat elke extra eenheid leverage 51 cent rendement oplevert per extra eenheid drawdown-risico — boven de drempel van 0,30 die als efficientie geldt.